Studie opbouw
De geneeskundestudie duurt 6 jaar en bestaat uit 2 delen: een 3-jarige bacheloropleiding en aansluitend de 3-jarige masteropleiding, hoewel (bv Rotterdam) sommige opleidingen nog de ouderwetse doctoraal (4 jaar) en coschappen (2 jaar) indeling aanhouden.
In de bacheloropleiding staat met name de basistheorie centraal en leer je van alles over het functioneren van het lichaam en over ziektes. In het bachelorgedeelte heb je al geregeld patiëntencontact oa in colleges. In het mastergedeelte staat toenemend de praktijk centraal en leer je je kennis nog beter toe te passen op patiënten. In deze fase loop je ook je coschappen: de praktijkstages in ziekenhuizen en huisartspraktijken, maar bijvoorbeeld ook binnen de sociale geneeskunde met oa verzekeringsgeneeskunde, bedrijfsgeneeskunde en jeugdgeneeskunde. Als je beide delen hebt afgerond ben je basisarts.
Hoewel geneeskunde vanouds bekend staat als een stampstudie waarbij je hoofdzakelijk enorme hoeveelheden feiten uit je hoofd moet leren, is het tegendeel waar. Al vanaf het begin van de studie staat de patiënt centraal en leer je ook discussiëren, presenteren en communiceren.
De geneeskundestudie is wel een tijdsintensieve studie. Een groot deel van je week ben je actief met studeren, leeropdrachten, practica en colleges. Uiteraard blijft er genoeg tijd over voor andere activiteiten, met name in de bachelorfase. In de masterfase zijn de coschappen zeer intensief met volle werkweken in het ziekenhuis. Een buitengewone en bijzondere tijd van je studie!
In de laatste periode van de masterfase loop je een lange stage als semi-arts/oudste coassistent in een vakgebied naar wens. Je hebt dan zelf een aantal patiënten onder je hoede en functioneert onder supervisie als beginnend arts.
Elke universiteit heeft zijn eigen invulling en speerpunten gegeven aan de geneeskundeopleiding. Kijk bij de verschillende
universiteiten hoe hun programma's eruit zien!